Het nut van wachten

Het nut van wachten        

Het is een quote van de beruchte beurshandelaar Jesse Livermore: “Het grote geld ligt niet in het kopen en verkopen, maar in het wachten.” Livermore was een speculant, die verschillende keren een fortuin verdiende maar ook weer verloor. Zijn uitspraak blijkt echter ook te gelden voor langetermijnbeleggen, merken we.

Tijdens een etentje, deze week, vertelde mijn tafeldame dat ze na haar vertrek bij Randstad haar aandelen had moeten verkopen. Het vergaarde kapitaaltje had ze vervolgens belegd bij de bank waar ze ging werken. Deze ruil vond ergens plaats tussen 1999 en 2000, de tijd dat de Amsterdamse beurs vrijwel op het hoogste punt was aangeland.

Niks doen loont
Bijzonder was dat ze sindsdien nooit meer iets in de portefeuille heeft gewijzigd. Zestien jaar lang is er niet gemuteerd. “Ik heb een app op mijn telefoon waarmee ik de portefeuille online kan volgen en direct kan handelen als ik dat wil, maar die knop raak ik nooit aan.”

Nog bijzonderder was het resultaat. Haar portefeuille stond ongeveer vijftig procent in de plus. Terwijl de AEX zich zestien jaar later nog vijfentwintig procent onder het startniveau bevindt. Niks doen blijkt te lonen.

The Tao of Charlie Munger
In het recent verschenen boek ‘The Tao of Charlie Munger’ staat een bonte verzameling aan uitspraken van Charlie Munger (93). Munger is de zakenpartner van de superbelegger Warren Buffett (86). De onderwerpen die aan bod komen hebben betrekking op het leven, zakendoen, beleggen en het vergaren van rijkdom. Elke uitspraak wordt van commentaar voorzien door auteur David Clark. Volgens Howard Buffett, Warrens zoon, is zijn vader de op een na slimste man die hij kent. Charlie is de slimste.

Eén uitspraak zal ik eruit lichten. “Het is het wachten dat je helpt als belegger, en veel mensen kunnen het niet opbrengen om te wachten.” Munger bedoelt dat je moet wachten tot het moment dat je de juiste onderneming kunt kopen voor de juiste prijs. En met wachten bedoelt hij desnoods jaren. In tegenstelling tot honkbal verplicht niemand je te slaan als de beurs weer eens aandelen naar je toe gooit om ze te kopen.

Hetzelfde geldt voor verkopen. Heb je eenmaal een aandeel gekocht, houdt het in portefeuille zolang de onderliggende resultaten de koers van het aandeel laten stijgen. Als Buffett en Munger zeggen dat ze een aandeel voor altijd in bezit houden, dan bedoelen ze ook ‘voor altijd’. Hoe langer we een aandeel in portefeuille houden, des te meer kunnen we profiteren van de waardegroei. En het heeft nog een positief neveneffect.

Honderd procent
Laatst las ik dat een beleggingsstudieclub een aandeel had verkocht omdat er een rendement van honderd procent op zat. Het is deze fascinatie voor ronde getallen die mensen de verkeerde dingen laat doen. Bedenk dat een aandeel dat verdubbelt van honderd naar tweehonderd, daarna van tweehonderd naar vierhonderd, van vierhonderd naar achthonderd, acht keer in waarde stijgt. Enzovoort. Kap je dat rendement af na de eerste honderd procent, dan begin je weer bij nul.

Jammer genoeg is het langetermijnbeleggen nog steeds geen gemeengoed in de professionele beleggingswereld. Beleggingsfondsen, hedgefondsen, pensioenfondsen, ze worden allemaal afgerekend op hun kwartaalresultaten. Daarmee komt de nadruk teveel op de korte termijn te liggen.

Het is een van de redenen waarom Buffett en Munger zich niet druk maken over het feit dat hun beleggingsstijl wordt gekopieerd. Er zijn maar weinig professionele of particuliere beleggers te vinden die de discipline of het geduld op kunnen brengen om zo lang te wachten als zij.

Magnificent Twenty
Dit verhaal bracht me ertoe om eens te onderzoeken of het resultaat van onze Amerikaanse portefeuille te danken is aan inactiviteit. Dat blijkt zo te zijn. De Magnificent Twenty portefeuille is in 2003 opgesteld door Willem Okkerse en ze staat onder toezicht van drie hoogleraren. Zoals de naam al aangeeft zitten er slechts twintig aandelen in. Het is een selectie van de beste bedrijven uit het Amerikaanse bedrijfsleven. Stuk voor stuk hebben ze een top OK-Score van 1 of 2. Zolang het bedrijf die score houdt, blijft het in portefeuille.

Het blijkt dat van de twintig oorspronkelijke geselecteerde aandelen in 2003 er vandaag de dag nog veertien in de portefeuille zitten. In veertien jaar tijd zijn er dus maar zes aandelen vervangen. De resultaten liegen er niet om. Volgens de opgave van Okkerse behaalde deze selectie in de verslagperiode 2003-2016 een rendement van 728% tegenover 311% voor de S&P 500 index.

Wel moet gezegd dat er geen rekening is gehouden met kosten, maar dat geldt net zo goed voor de index. En dan nog. Zelfs na kosten zal het verschil significant blijven, waarmee het gelijk van Buffett en Munger ook in onze eigen praktijk nog eens wordt bevestigd.