Mechanisch beleggen

Passief beleggen is de laatste tien jaar aan een gestage opmars bezig. Aanhangers van deze beleggingsstijl kunnen niet vaak genoeg het ‘gelijk’ van John Bogle aanhalen. Bogle introduceerde in 1975 als eerste het Vanguard 500 Index Fund, waarmee hij wilde aantonen dat tegen zo laag mogelijke kosten beleggen in een index de beste manier is om een goed rendement te behalen. Sindsdien is er een hele industrie om het indexbeleggen ontstaan met moderne jasjes als ETF en (index)tracker.

ETF’s en indexfondsen worden niet op fundamentele basis geanalyseerd, want de achterliggende theorie is nu juist dat het zoeken naar ondergewaardeerde aandelen geen zin heeft. Koop gewoon een mandje aandelen van een index tegen lage kosten en je hebt er geen omkijken meer naar. Steeds meer onderzoeken bevestigen het gelijk van Bogle met hun bevindingen dat actieve beleggers er maar amper in slagen om de vergelijkende index te verslaan.

Schaalgrootte
Door de toegenomen concurrentie, het provisieverbod en de race naar steeds lagere kosten zijn de vergoedingen voor de managers van de ETF’s en indexfondsen de afgelopen jaren navenant mee gedaald. Om de schoorsteen toch wat harder te laten roken, blijft er voor de fondsmanager maar een ding over: schaalgrootte creëren, dus zorgen dat er zoveel mogelijk geld in jouw fonds terecht komt. Dat doe je door aan de ene kant flink reclame te maken en aan de andere kant door je etalage te voorzien van zoveel mogelijk producten.

Zo bieden fondsenhuizen als Blackrock en Vanguard, naast de gebruikelijke opties om in een land, regio of sector te beleggen, nog tientallen subfondsen aan. De keuze is reuze, je kunt het zo gek niet bedenken of het bestaat. Er zijn passieve ETF’s voor groei-aandelen, waardeaandelen, low volatility en momentumaandelen. Beleggers kunnen ETF’s kopen van groene aandelen, medische marihuana, whisky en andere spiritualiën, middelen tegen obesitas, en bedrijven met gender-neutraal management.

Verder bestaan er ook nog indices waaruit bepaalde aandelen juist geweerd worden, omdat de achterliggende bedrijven niet voldoen aan bepaalde ethische, sociale of milieutechnische normen.

Smart-beta
Een andere manier om als beheerder iets meer geld te mogen rekenen, is door je slimmer voor te doen dan de rest. Dat heet smart-beta. Door een extra selectie aan het fonds toe te voegen, probeer je het net iets beter te doen dan de gevolgde index. Dat kan bijvoorbeeld door bepaalde aandelen weg te laten, ze eerder te kopen of te verkopen of de weging aan te passen.

Dat is allemaal leuk en aardig, maar op deze wijze wijken deze oorspronkelijke ‘passieve beleggers’ af van hun grondregel dat ze de samenstelling van de index klakkeloos zouden kopiëren. Zo beginnen ze aardig te lijken op de actieve fondsmanagers die ze zo verfoeien.

Reuzen
Een indexfonds vul je niet met aandelen van kleine ondernemingen, zeker niet als het fonds een aardige omvang begint te krijgen. Dan ontstaat de situatie dat een klein aantal aandelen in een groot aantal stijlen vertegenwoordigd is. Het aandeel Apple zit in ETF’s die zich profileren als tech, groei, waarde, momentum, large-caps, low volatility, dividend, en hefboom (leverage).

De FAAAM aandelen – Facebook, Amazon, Apple, Alphabet (Google) en Microsoft hebben een gezamenlijke marktkapitalisatie van 3000 miljard dollar, meer dan de hele beurswaarde van sommige landen.

Vanwege hun omvang zijn de vijf aandelen opgenomen in een scala aan indices. Managers van die indexfondsen hebben geen keus, want zolang de koersen van deze reuzen blijven stijgen, moet hun gewicht in het fonds op peil worden gehouden.

Mechanisch beleggen
Naar de fundamentals wordt niet gekeken. Analisten verwachten dat het vijftal dit jaar 109 miljard dollar aan nettowinst zal rapporteren, 10% meer dan over 2016. Beleggers zijn dus bereid om meer dan 27 keer de toekomstige winst te betalen. Zonder twijfel zijn een paar van deze ondernemingen fantastische beleggingen voor de komende jaren, maar onderling zijn er nogal wat verschillen in de groei van de omzet en de kwaliteit van de winst.

Het zou dus zomaar kunnen dat fundamenteel ingestelde fondsmanagers vinden dat sommige bedrijven overgewaardeerd zijn, maar daar heeft de manager van het indexfonds geen boodschap aan. Zonder nadenken moet hij meelopen in de tredmolen van het ‘mechanisch beleggen’, want stel dat de koers verder stijgt.

Systeemrisico
Daar zit ook het gevaar. De toenemende populariteit van de passieve ETF’s en (index)fondsen zorgt voor een continue instroom van geld. Maar wat als het een keer gaat schuiven. Kunnen beleggers dan op een ordentelijke manier uit hun fondsen? Het deurtje waardoor iedereen tegelijk naar buiten wil, blijkt uiteindelijk ontzettend klein.

De echte test komt pas als de haussemarkt, die nu al meer dan negen jaar duurt, een keer ophoudt. Het systeemrisico wat optreedt als iedereen wil verkopen, is nog maar een enkele keer aan de oppervlakte gekomen. Telkens liep het met een sisser af, omdat computers de schuld kregen en markten weer snel herstelden.

Onbezorgd
Als fundamentele beleggers slagen we er ook dit jaar in om met obligaties de index te verslaan, in ruime mate zelfs. Met aandelen lukt dat niet. Zowel de out- als de underperformance worden veroorzaakt door het huidige klimaat van lage rentes, relatieve rust op de financiële markten en een gezond bedrijfsleven.

We maken het gemakkelijkst en het veiligst rendement als beleggers zich zorgen maken. Dat is op dit moment zeker niet het geval. Beleggers kijken heden ten dage onbezorgd in de toekomst en ze nemen maar al te graag genoegen met weinig rendement, ook al hebben ze niet door dat ze daarmee een onevenredig groot risico lopen.

Of ze maken zich wel zorgen over de toekomst maar beleggen toch, tegen hoge koersen en lage rendementen, omdat de veilige alternatieven niets opleveren of zelfs geld kosten. Dat krijg je als er teveel geld is en te weinig angst. Hoe gek het ook klinkt, maar een beetje meer onrust op de markten zou ons dus wel uitkomen.