De meeste bedrijven die wij volgen hebben inmiddels hun jaarcijfers gepubliceerd en uit de nieuwste OK-Scores komt het beeld naar voren dat het bedrijfsleven in de kern supergezond is.

Wel zien we dat Amerikaanse bedrijven een flinke voorziening hebben getroffen voor belastingen. Ze maken gebruik van een eenmalige belastingheffing van 15,5% op gelden die in het buitenland geparkeerd stonden en die nu terugvloeien naar de V.S.

Die eenmalige afdracht gaat ten koste van de winst in het jaar waarin die last genomen wordt. De winst valt hierdoor lager uit. Daar staat weer tegenover dat de winsten dit jaar fors zullen stijgen, mede omdat de vennootschapsbelasting onder Trump verlaagd is van 35% naar 21%.

Johnson & Johnson
Om dat met een voorbeeld te illustreren. In het onderstaande schema zijn de posten Belastingen, Nettowinst en Liquide middelen van de wereldwijde fabrikant van verzorgingsproducten, Johnson & Johnson, weergegeven, in miljoenen dollars. Johnson & Johnson rapporteert over de afgelopen drie jaren een nettowinst van $ 16,5 miljard, $ 1,3 miljard en $ 15,3 miljard.

miljoen $ 2016 2017 2018
Belastingen        -3.263       -16.373       -2.702
Nettowinst       16.540          1.300      15.297
Liquide middelen       18.972        17.824        3.649
Eigen vermogen 55% 46,80% 48,30%

De betaalde vennootschapsbelasting was $ 3,2 miljard, resp. $ 16,3 miljard en $ 2,7 miljard. Het bedrijf had eind 2017 nog de beschikking over $ 17,8 miljard aan liquiditeiten. Dat was geslonken naar $ 3,6 miljard per eind 2018. Waar dat geld naartoe is gegaan, is gemakkelijk te traceren.

Johnson & Johnson liet desondanks voor het 35e jaar op rij operationele groei zien. Als gevolg van de hoge belasting daalde het eigen vermogen en zakte de OK-Score over 2017 en 2018 naar OK-Klasse 2. Zonder deze voorzieningen zou J&J nog steeds de allerhoogste OK-score 1 hebben.

Wat voor Johnson & Johnson geldt, geldt ook voor veel andere bedrijven zoals Nike, Texas Instruments, Alphabet (de moeder van Google), Colgate-Palmolive en Chevron.

Transocean
Bij de al eerder besproken verhuurder van booreilanden Transocean is er zelfs sprake van een verbeterde gang van zaken. De OK-Score stijgt van een klasse 8 naar een klasse 7. Dit komt met name door de wijze waarop Transocean de broek weet op te houden met eigen financiering.

Hierdoor is de zekerheid voor wat betreft de rentebetalingen en aflossing van de obligaties toegenomen. Een klasse 7 is vergelijkbaar met een CCC-rating van Standard & Poor’s; S&P zelf geeft de obligaties een hogere B-rating, ofwel ‘onzekerheid over kredietwaardigheid in de nabije toekomst’. Maar omdat sinds het bestaan van de OK-Score in de OK-klassen 7 en 8 nog nooit een onderneming failliet is gegaan, worden bedrijfsobligaties in deze klassen nog steeds als relatief veilig gezien.

Rooskleurig
Zetten we de gerapporteerde cijfers af tegen een achtergrond van aanhoudend lage rentes voor dit jaar en de jaren die zullen volgen, en dan kunnen we niet anders dan door een rooskleurige bril naar de ontwikkelingen op de aandelenmarkten kijken.

Eind vorig jaar kwam het toonaangevende bankiershuis Goldman Sachs nog met de aanbeveling dat cash wel eens de beste beleggingscategorie voor 2019 zou blijken te zijn. Dar bleek qua timing zowat op het dieptepunt van de markt. Degenen die dit advies hebben opgevolgd zullen inmiddels een procent of tien achterop zijn geraakt.

Aandelen zijn en blijven een vaste beleggingscategorie in de portefeuille, uiteraard mits voorzien van een goede OK-Score.

Lees eerder verschenen nieuws in ons archief. Ron Boer schrijft op regelmatige basis columns over interessante zaken die spelen op de financiële markten. Wilt u een melding krijgen wanneer een nieuwe column verschijnt? Volg ons dan op LinkedIn of neem contact met ons op.