Groene energie geen serieus alternatief voor fossiel

Het kan haast geen toeval zijn dat VVD voorman Klaas Dijkhoff, Lubach op Zondag en FD columnist Mathijs Bouman een pleidooi houden voor kernenergie. Zet mij maar in het rijtje.

Ik was al geen al te grote pleitbezorger van de miljarden verslindende en zwaar gesubsidieerde investeringen in alternatieve energiebronnen. En dat terwijl ik principieel een voorstander ben van onderzoek naar duurzame alternatieven voor fossiele brandstoffen. Daarentegen ben ik sceptisch over de snelheid waarmee sommigen denken dat de transitie van fossiele naar groene energiebronnen zal plaatsvinden.

Toekomstmuziek
Volgens de optimisten zijn we over een jaar of tien á vijftien volledig af van klimaatvervuilende energiebronnen als steenkool, bruinkool, olie en gas. Hoe graag ik het hun zou gunnen, het tegendeel is waar. Ondanks het nobele streven van landen en sommige staten in de VS om hun volledige elektriciteitsbehoefte uit wind en zonne-energie te willen halen, zal dit nog lang toekomstmuziek blijken.

Het probleem zit ‘m in de continuïteit van de leveringen. Wind en zon zijn geen regelmatige leveranciers van energie. De stroomopwekking uit wind kan uiteenlopen van zeer hoog tot bijna nul, waarbij het stroomnet bij voldoende wind tijdens de daluren te maken krijgt met overcapaciteit. Zonne-energie bestaat bij de gratie van een zon die hoog aan de hemel staat en waarbij dikke wolken of een pak sneeuw de opwekking kunnen belemmeren.

Zodoende gaan elektriciteitsmaatschappijen er veiligheidshalve van uit dat het aandeel van alternatieve energiebronnen ongeveer tien procent van het nominale vermogen bedraagt. Door dit niet-stationaire karakter van wind en zon zal het overgrote deel van onze energieopwekking uit klassieke grondstoffen blijven komen.

Voorstanders van groene energie zijn zich bewust van dit haperende model. De oplossing ligt in betere batterijen waarin de stroom tijdens piekuren kan worden opgeslagen. De huidige grote industriële batterijen kunnen echter maar tussen de twee tot tien uur energie opslaan. Daarbij treedt het seizoenseffect op dat de energieleverantie in de zomer veel hoger ligt dan in de winter. Helaas moeten batterijen die hun energie van de zomer kunnen vasthouden tot in de winter nog uitgevonden worden.

Dure aanvulling
Ondertussen stijgt onze energierekening omdat we moeten bijdragen aan de subsidiering van groene stroom. De Nederlandse overheid trekt jaarlijks 12 miljard euro uit aan subsidies om de opwekking van energie uit duurzame bronnen, zoals wind, zon, biomassa, geothermie en water te versnellen.

Een deel van die subsidie wordt doorbelast middels een extra heffing op onze energierekening. Het vormt een dure aanvulling op de dagelijkse energieopwekking die nodig is om de Nederlandse huishoudens en industrieën van stroom en warmte te voorzien. De roep om meer geld in alternatieve energiebronnen te steken, zal deze rekening alleen maar laten oplopen, mede omdat de politiek zich, in plaats van kille rekenmeesters, meer dan gevoelig toont voor de lobby van milieuactivisten.

Vandaar dat ik ervoor pleit om de negatieve deken die over kernenergie hangt maar eens weg te halen en te denken aan de bouw van nieuwe kerncentrales, net als Bouman propageert. Blijf in de tussentijd investeren in onderzoek naar betere batterijen, betere zonnecellen en effectievere windmolens.

Voor ons zijn beleggingen in deze nieuwe, vaak als veelbelovend aangemerkte, bedrijven voorlopig geen alternatief voor de gevestigde ondernemingen uit de energiesector. Het wachten is op een echte innovatie.