Negatieve rente in de praktijk

Het fenomeen van negatieve rentes sijpelt langzamerhand door in alle geledingen van onze samenleving. Het manifesteert zich in allerlei vormen, van beleggen, sparen tot abonnementen aan toe.

Als beleggers weten we inmiddels wat negatieve rentes inhouden. Dat blijkt uit het feit dat overheden voor honderden miljarden aan leningen verstrekt hebben waarvoor ze geld ontvangen in plaats van betalen. En dat niet alleen. Ook bedrijven lenen tegenwoordig geld tegen een negatieve rente. Zo verdienen ze aan de financiering en maken de beleggers in hun obligaties juist verlies.

Variabele coupon
De negatieve rente werkt ook door in de rentebetaling op sommige typen obligaties. Een normale obligatie heeft een vaste rente ofwel coupon, gedurende de gehele looptijd. Daarnaast bestaan er obligaties met een variabele coupon. Elke uitgifte heeft zijn eigen kenmerken, maar leningen met een coupon op kwartaalbasis komen het meest voor. De coupon is opgebouwd uit twee delen: de rentevoet en de ‘opslag’, de extra rentevergoeding die de lening bovenop de vaste rentevoet uitkeert. Nu de vaste rentevoet voor sommige leningen negatief is, wordt deze negatieve rente automatisch in mindering gebracht op de uitkering.

Momenteel hebben we een ‘floater’ van de Duitse suikerfabrikant Südzucker in portefeuille. Deze keert elk kwartaal rente uit op basis van de 3 maands rente op de Europese geldmarkt met een opslag van 3,10%. Dat tarief wordt elk kwartaal opnieuw vastgesteld, op 30 juni, 30 september, 31 december en 31 maart van elk jaar. Tijdens de laatste herziening stond de 3maands rente op –0,28%, waarmee de rente voor het lopende kwartaal 3,1% minus 0,28% = 2,82% bedraagt.

De Bank(en)
Net terug van vakantie, in juli, lag er post van onze huisbank op de mat. Vanaf oktober kan de bank zakelijke klanten rente laten betalen voor geld op spaar- en betaalrekeningen. De bank heeft hiervoor de algemene voorwaarden aangepast, zodat de huidige negatieve marktrente doorberekend kan worden aan klanten.

Of de bank ook echt een negatieve rente gaat vragen, wordt pas later beslist. “Met deze aanpassing in de voorwaarden kan de bank inspelen op uitzonderlijke marktomstandigheden wanneer dat nodig is”, zegt de bank. Die uitzonderlijke marktomstandigheden ondervinden spaarders de laatste weken aan den lijve middels de alsmaar dalende vergoeding op hun spaargeld.

Lage spaarrente
In de rubriek Vraagbaak Personal Finance van het FD kwam de problematiek van de lage spaarrente aan de orde. De schrijver verwees in het artikel naar columniste Erica Verdegaal die te gast was bij het consumentenprogramma Radar. Zij besprak de mogelijkheid om het geld voor langere tijd vast te zetten, bijvoorbeeld door het op te knippen in delen met verschillende looptijden. Een vijfjaars deposito geeft 0,15% per jaar aan rente, voor een looptijd van tien jaar ontvangt een spaarder 0,9%.

Het probleem dat hier optreedt is niet zozeer het neerwaarts risico van een verder dalende rente, maar het afkappen van elk opwaarts potentieel. Kennelijk houdt Verdegaal – net als wij overigens – rekening met langdurig lage rentes. Zet je echter je geld voor zolang vast, dan kun je geen kant meer op als zich onverhoopt toch ander scenario ontspint. Uit het oogpunt van flexibiliteit zouden wij dan maar kiezen voor geen rente; het doet pijn maar het biedt keuzevrijheid en je blijft ondertussen wel baas over je geld.

Het tweede probleem is hoe je met droge ogen dit soort tarieven durft te noemen zonder rekening te houden met de vermogensrendementsheffing. De (politieke) discussie over deze spaarbelasting is nog lang niet verstomd. Ook dit jaar mag je minimaal 1,2% belasting over je spaartegoeden en effecten betalen (vooruit: 20.000 euro is vrijgesteld).

In 2017 zal de kleine spaarder en belegger er iets op vooruit gaan terwijl de vermogende man of vrouw meer heffing zal betalen. Dan schuift de vrijstelling op van 20.000 naar 25.000 euro en bedraagt het fictieve rendement over het meerdere tot aan 100.000 euro 2,9% (nu: 4%).

Prijsindexconform
Deze week kregen we het volgende ‘indexeringsbericht’ van onze softwareleverancier van boekhoudprogramma’s binnen.

“Het consumentenprijsindexcijfer over de periode juli 2015 tot en met juli 2016 bedraagt -0,3%. Het bedrijf voert ten aanzien van haar prijzen een markt- en prijsindexconform beleid, zoals ook vermeld in de SLA. De abonnementstarieven blijven ongewijzigd.”

Voor alle duidelijkheid: het indexcijfer bedraagt MIN 0,3%. Wat er in de SLA (Service Level Agreement, de abonnementsvoorwaarden) staat, boeit me eigenlijk niet zoveel. Wat ik wel van belang acht is dat ik het gevoel krijg dat hier met twee maten wordt gemeten. Wel het genot van de stijging, maar niet de pijn van de daling doorberekenen.

Als dit bedrijf ‘ten aanzien van haar prijzen een prijsindexconform beleid’ voert, zouden de abonnementstarieven met 0,3% moeten dalen, niet gelijk blijven. En ergens heb ik zomaar het idee dat dit geen op zichzelf staand geval is.

Lees eerder verschenen nieuws in ons archief. Ron Boer schrijft op regelmatige basis columns over interessante zaken die spelen op de financiële markten. Wilt u een melding krijgen wanneer een nieuwe column verschijnt? Volg ons dan op LinkedIn of neem contact met ons op.