De torpedo’s van Corné van Zeijl

Al jaren praat ik me de blaren op de tong om de OK-Score van Okkerse onder de aandacht van (professionele) beleggers te brengen. Met name hoe dit systeem erin slaagt om vooraf te waarschuwen voor naderende debacles.

Wie schetst mijn verbazing als ik de wekelijkse column van portefeuillebeheerder Corné van Zeijl in het FD lees. Zijn column gaat over ‘torpedo’s’, aandelen die onverwachts in koers dalen en “uw portefeuille midscheeps kunnen raken en een dramatisch effect kunnen hebben op uw rendement”. Hij stelt dat het niet mogelijk is om de vernietigende torpedo’s te zien aankomen.

Toekomst voorspellen

Het is dus niet mogelijk om de toekomst te voorspellen. Volgens ons kan dat wel. Willem Okkerse heeft met de OK-Score een instrument ontwikkeld dat ruim van tevoren waarschuwt als een bedrijf in problemen is en dat een faillissement onafwendbaar is als er niet wordt ingegrepen.

Stelt u zich eens voor dat u (of Van Zeijl) geen van de volgende aandelen had gehad: Landis, DAF, LCI, Innoconcepts, Ceteco, Fokker, Tulip, Imtech of Heijmans. Of dat u wist dat er met Ahold iets aan de hand was, hetgeen in 2003 aan het licht kwam.

In al deze gevallen waarschuwde de OK-Score tijdig voor het naderend onheil. U had op tijd uit kunnen stappen en uw geld veilig kunnen stellen.

Foutloos

Is het systeem van Okkerse foutloos? Ja, met dien verstande dat elke onderneming die uiteindelijk failliet is gegaan, daaraan vooraf altijd een OK-Score 10 had. OK-Klasse 10 is de slechtste: fase van desoriëntatie en desintegratie. De situatie kan binnen één tot drie jaar fataal worden.

Dat mag je trouwens niet omdraaien. Een OK-Score 10 wil niet zeggen dat de tent ook omvalt. Er kan worden ingegrepen: onderdelen verkopen, aandelen uitgeven, saneren, schulden herfinancieren, etc. Veel bedrijven met een lage score overleven uiteindelijk.

Kreukeljassen

Desondanks blijven er genoeg bedrijven over met een OK-Score 10 die het niet gaan redden als er niet wordt ingegrepen. Het zijn precies de torpedo’s waar Van Zeijl het over heeft.

We hebben hier een hele waslijst met potentiële kreukeljassen liggen. Probleem is dat we niet alle resultaten kunnen weggeven. De dienst van Okkerse is niet gratis en het zijn onze klanten en de deelnemers in de fondsen die hier indirect voor betalen (afgekeurde kandidaten komen trouwens voor eigen rekening). Wat ik wel kan doen is de visie van Okkerse geven op een aantal torpedo’s die Van Zeijl in zijn column noemt.

Imtech en Heijmans

Van Imtech zijn de autopsierapporten inmiddels breed uitgemeten in de pers, daar hoef ik niets aan toe te voegen. Okkerse waarschuwt medio 2012 al voor Imtech.

Een andere naam is Heijmans. In een recent interview in De Telegraaf plaatst Okkerse een waarschuwing bij het bouwbedrijf, maar hij zegt er meteen bij dat die onderneming met eenvoudige maatregelen in staat moet zijn om het tij te keren.

Vopak

Bij de analyse van de halfjaarcijfers 2012 worden we gewaarschuwd voor een ander aandeel dat Van Zeijl noemt: Vopak, het Rotterdamse opslagbedrijf. Niet dat Vopak direct op de lijst van mogelijke faillissementen stond. Wel ziet Okkerse in 2012 een plotselinge daling van de OK-Score. Hij adviseert om afscheid te nemen. De koers staat dan rond de 50 euro. Huidige koers 36.

Altice

Dit jaar timmert de nieuwbakken kabelaar Altice aan de weg met een serie overnames die zijn weerga niet kent. Ook deze krijgt het predicaat ‘torpedo’. Ik zette in mei in mijn column ‘Altice in Wonderland’ al vraagtekens bij de gang van zaken, ook zonder de OK-Score te kennen. Soms kan een beetje rekenwerk al voldoende zijn. Koers toen 25,60 (gecorrigeerd na splitsing).

Vandaag krijgen de obligaties toevallig een draai om hun oren. Een lening met een looptijd tot en met 2022 is in twee weken tijd van 100% naar 92% gezakt. Beleggers beginnen zich zorgen te maken over de hoge schuldenlast.

Momenteel is Altice bezig om nieuwe aandelen en obligaties uit te geven om de recente overname van het Amerikaanse Cablevision (18 miljard dollar) te financieren. Investeerders denken ook dat Altice ook wel eens zou kunnen uitgroeien tot een ‘torpedo’ en ze eisen een hogere rente als compensatie. Ik hoop dat het genoeg is.

AkzoNobel

Een andere potentiële torpedo op het lijstje van UBS is AkzoNobel. Volgens de Zwitserse vermogensbeheerder is het uitkijken geblazen. Niet volgens Okkerse. Naar aanleiding van de halfjaarcijfers ziet Akzo er prima uit. “OK-Klasse gaat van Klasse 4 naar Klasse 3 (een stijging van BBB naar single-A). Voor 2015 prima jaar om in te zitten”, zo luidt zijn conclusie.

Van Zeijl komt tot de trieste constatering dat het niet mogelijk is om torpedo’s te voorspellen, ook al waagt UBS een moedige poging. “Historische resultaten uit laboratoriumtesten zijn echter geen garantie voor toekomstige praktijkrendementen”, aldus de fondsbeheerder, “u zult dus zelf maar goed moet uitkijken of er torpedo’s zijn die uw portefeuille bedreigen”.

Zo schuif je de hete aardappel wel erg gemakkelijk van je af. De OK-Score ziet die torpedo’s wel aankomen. Het eerste geld met beleggen wordt immers verdiend door het niet te verliezen.

Lees eerder verschenen nieuws in ons archief. Ron Boer schrijft op regelmatige basis columns over interessante zaken die spelen op de financiële markten. Wilt u een melding krijgen wanneer een nieuwe column verschijnt? Volg ons dan op LinkedIn of neem contact met ons op.

Interview Willem Okkerse over de OK-Score

Interview Willem Okkerse over de OK-Score

22 september 2015

Lees hieronder het interview met Willem Okkerse over de OK-Score in de Telegraaf van zaterdag 19 september 2015.

Klik op het logo voor het interview.

ok-score_logo_500x195

Lees eerder verschenen nieuws in ons archief. Ron Boer schrijft op regelmatige basis columns over interessante zaken die spelen op de financiële markten. Wilt u een melding krijgen wanneer een nieuwe column verschijnt? Volg ons dan op LinkedIn of neem contact met ons op.

Shell dividend verlaagd of niet

Gaat Shell zijn dividend verlagen? De meningen in het kamp zijn verdeeld, maar men is het erover eens dat handhaving van het dividend bij de huidige olieprijs op termijn niet houdbaar is. Daar zit nu net de crux, want hoe denken we over de olieprijs?

Ik heb de laatste twee weken een discussie gevoerd met een cliënt over Shell. Van mij mag hij de aandelen kopen, maar hij denkt daar anders over. Hij heeft tijdens zijn werkzame leven bij een oliemaatschappij gewerkt, dus hij is terzake kundig en voldoende onderlegd.

Dividendrendement 7,8%

Uitgangspunt van de discussie is het hoge dividendrendement van meer dan 7% (op de huidige koers van 21,42 zelfs 7,8%). Ik vind dat rendement een koopaanbeveling waard, maar de Klant vertrouwt het niet. Volgens de Klant is dat rendement irrealistisch hoog, waarbij hij steun krijgt van Corné van Zeijl, Portefeuillebeheerder Nederlandse aandelen bij ACTIAM. “Van Zeijl in het FD die stelde dat het Shell-dividend net zolang wordt uitgekeerd als dat er een kasstroom is. Allemaal waar.”

In een column in het FD stelt de fondsbeheerder dat de uitkering staat en valt met de vrije cashflow. “Een ding is zeker, hoe langer de olieprijs laag blijft, hoe eerder de houdbaarheidsdatum van Shell’s dividend in zicht komt”, aldus Van Zeijl. “Bij een dividendrendement boven de 6% moet je oppassen. Beleggers vertrouwen het dividend van het bedrijf dan niet meer.”

Denkfout

De Klant is het daarmee eens. Mijn reactie daarop was dat Corné van Zeijl een denkfout maakt. Het dividendrendement wordt namelijk berekend uit twee variabelen, te weten de hoogte van het dividend en de koers van het aandeel. Het huidige rendement van 7,8% komt niet door de hoogte van het dividend, maar door de gedaalde koers. Des te verder die zal dalen, des te hoger het rendement.

Het moge duidelijk zijn dat de winst – en daarmee het dividend – van een oliemaatschappij als Shell afhankelijk is van de prijs van hun basismateriaal: olie. We weten allemaal dat die gehalveerd is. Nu buigen hordes analisten zich over de vraag hoe de olieprijs zich de komende tijd zal gaan ontwikkelen. De schattingen voor de prijs van een vat olie lopen uiteen van $ 25 tot $ 80, een marge waar je alle kanten mee uit kunt. Mijn conclusie is dat de geleerden het ook niet meer weten.

Twee scenario’s

Een oude rot in het vak, van het kaliber Buffett, kwam met een beter verhaal. Hij schetste twee scenario’s waar we op zijn minst eens over kunnen nadenken.

“Saudi Arabië kampt met een tekort op zijn begroting en de enige oplossing is een hogere olieprijs. Wat zou kunnen is dat de OPEC de komende maanden om tafel gaat zitten met enkele grote non-OPEC landen met als doel de gezamenlijke productie terug te schroeven.”

“De afgelopen maanden heeft een Saudische prins meerdere keren een ontmoeting gehad met Vladimir Putin. Rusland is geen lid van de OPEC, maar heeft hetzelfde budgettaire probleem als Saudi Arabië. Het onderwerp van gesprek was waarschijnlijk de olieprijs, waarom zouden ze elkaar anders ontmoeten?”

“Er zijn twee scenario’s. Het ene is dat er een overeenkomst komt tussen de OPEC en de non-OPEC landen, waarna de olieprijs weer kan stijgen. Het andere is dat er geen overeenkomst wordt gesloten, waarna de olieprijs op de korte termijn in elkaar klapt naar $ 25 tot $ 30 voor een vat. Dan volgt er een snelle sanering waarin de zwakkere producenten het loodje leggen, er capaciteit van de markt verdwijnt en de prijs weer kan stijgen. Dus er zijn twee manieren om de prijs te laten stijgen.”

Verslaafd aan olie

We weten niet wat de olieprijs op korte termijn gaat doen, omdat we afhankelijk zijn van de actie van de grote spelers. Wat we wel weten is dat de wereld – ondanks alle droomscenario’s om die wereld over 35 jaar helemaal te laten draaien op duurzame energie – verslaafd is aan olie. Elke dag verbruiken we 93 miljoen vaten, 365 dagen per jaar. Dat zal nog wel even zo doorgaan.

Zelfs al verlaagt Shell zijn dividend met 50%, dan nog resteert er voor de huidige koper een rendement van boven de 3,5%, meer dan de vergoeding op een spaarrekeningen en meer dan het rendement op een 10jarig staatslening.

Wat ik tenslotte nog niet ben tegengekomen is die andere vraag: is de verlaging van het dividend niet allang in de koers verwerkt?

Lees eerder verschenen nieuws in ons archief. Ron Boer schrijft op regelmatige basis columns over interessante zaken die spelen op de financiële markten. Wilt u een melding krijgen wanneer een nieuwe column verschijnt? Volg ons dan op LinkedIn of neem contact met ons op.

Gogme bij beleggen

We durven geen risico meer te nemen. Dat geldt zowel voor voetbal als voor beleggen.

Het was nota bene een voetbalcommentator die het op schitterend wijze verwoordde. Het Nederlandse elftal speelt zielloos, de spelers lopen aan de hand van hun trainers als vastgeklonken tafelvoetballers aan de ijzeren staaf van het spel. Voetbal is verworden tot een straat met rijtjeshuizen, zonder gewaagde stolpjes van architectuur.

De oplossing was gogme, Jiddisch Hebreeuws voor spelintelligentie. Wat terug moet komen is Cruijffiaans voetbal, technisch vermogen, branie, uitgevoerd door intuïtieve spelers.

60% daling

Het past in het tijdsbeeld dat we geen risico durven te nemen. Dat geldt ook voor beleggen, hetgeen ik meen terug te zien in de opmars van het indexbeleggen dat sinds de kredietcrisis zo populair is. Want de daling van de AEX met meer dan 60% in 2008-2009 zit nog in het collectieve geheugen.

We willen wel beleggen, maar dan breed gespreid en met minder risico (denken we). Recente beursdrama’s als bij Imtech en Ballast Nedam bevestigen het beeld dat het geen zin heeft om te proberen de markt te verslaan door te investeren in individuele aandelen. Dus als we falen, dan met zijn allen tegelijk.

Core S&P 500 ETF

Dat het met het risico in een ETF kan tegenvallen, bleek op maandag 24 augustus. In een Exchange Traded Fund op de S&P 500 index ging het die dag flink mis als gevolg van de marktvolatiliteit. ETF’s horen in de pas te lopen met de onderliggende waarde, hooguit met een kleine afwijking.

Toen de S&P500 index vlak na de opening met 5,3% daalde, zakte het $65 miljard grote iShares Core S&P 500 ETF met maar liefst 26%, ongeveer 20% onder de intrinsieke waarde. Zoals de naam ‘Core S&P 500’ al suggereert, zou de ETF een kopie van de index moeten vormen met minimale afwijkingen, zoals de experts altijd beweren. Die dag dus even niet.

Verzachtende verklaringen van de specialisten hebben mij niet kunnen overtuigen van het potentiële gevaar dat schuilt in de excessieve afwijkingen die zijn opgetreden tussen de prijzen van etf’s en hun ‘fair value’. In de genoemde ETF op de S&P500 ging het nog om een grote jongen met een marktkapitalisatie van $65 miljard. Hoe loopt dat af in de minder liquide namen?

Zorgenkind

Dalende markten geven altijd aanleiding om je ergens zorgen over te maken (stijgende markten trouwens ook, maar dat doet minder pijn). In de jaren 80 maakten we ons zorgen over de hoge rente, dit jaar over de lage rente. Maar hoort u nog iemand over de lage rente, of de Oekraïne, de gigantische schuldenberg van de westerse overheden of het wanbetalende Griekenland? Nee, want het heeft alweer plaats gemaakt voor een nieuw zorgenkind: de afkoelende Chinese economie.

In dit verband is het interessant te zien dat de media de sterke afkoeling van de Chinese economie aangrepen als dé verklaring voor de recente beursdaling. Maar net zo min dat de stijging van de Chinese beurzen met 120% in korte tijd de voorbode was van een groei van 15-20%, zo kun je niet stellen dat elke beursdaling een economische afkoeling tot gevolg heeft. Daarbij opereren markten anders in het centraal geleide land. De beurs van China is de kanarie in de kooi van de overheid. Het is de regering die het zangrepertoire bepaalt.

Gebakken peren

Beleggers zijn slechte verliezers. Ze geven een ander de schuld: de beurs, de tipgevers uit het beleggingsblad waar ze een abonnement op hebben, columnisten als ik, hun partner of hun beleggingsadviseur. Uiteindelijk is er maar één verantwoordelijk en dat zijn zijzelf.

Met de negatieve ervaringen uit 2000-2003 en 2008-2009 in het achterhoofd vluchten we als we zouden moeten aanvallen. De beurshistorie wijst uit dat beleggers beloond worden als ze instappen tijdens correcties van 10-20%. Net als vorige maand.

In dat verband: het moge duidelijk zijn dat de verkopers in de ETF op de S&P500 met de gebakken peren zijn blijven zitten; de kopers konden daarentegen binnen luttele uren een jaarrendement binnenharken. Gogme op de beurs.

Lees eerder verschenen nieuws in ons archief. Ron Boer schrijft op regelmatige basis columns over interessante zaken die spelen op de financiële markten. Wilt u een melding krijgen wanneer een nieuwe column verschijnt? Volg ons dan op LinkedIn of neem contact met ons op.

Positieve verhalen tijdens de daling

We lezen conflicterende berichten over het verloop van ‘Zwarte Maandag’ 24 augustus 2015, de dag waarop de AEX op het dieptepunt negen procent in waarde daalde.

Euronext kon melden dat het de drukste dag ooit was. In aandelen, obligaties en andere contante effecten werden 4,48 miljoen transacties geregistreerd. Het hoogste dagvolume in exchange traded funds of ETF’s werd een dag later opgetekend, met 1,87 miljard euro.

Volgens indicatoren als de volatiliteitsindex (ook wel ‘angstmeter’ genoemd) en de correlatie-index (die de mate aangeeft waarin aandelen in dezelfde richting bewegen) was er die dag sprake van paniek.

Don’t panic

Uit een rondje over wat sociale media kwam echter een heel ander beeld naar voren. Volgens een paar banken en onafhankelijke vermogensbeheerders was er helemaal geen paniek, tenminste niet onder hun particuliere klanten.

Als we hun verhalen mogen geloven bleven de klanten rustig en grepen ze de daling eerder aan om aandelen bij te kopen, in veel gevallen door extra geld te storten. Het lijkt erop dat beleggers hun lessen uit het verleden geleerd hebben door in elk geval niet in blinde paniek tot algehele liquidatie over te gaan.

Twijfels

Toch heb ik zo mijn twijfels bij die zogenaamde rust onder particulieren. Het doet me denken aan de rol van ‘Corporal Jones’ uit ‘Daar komen de schutters’, de komische t.v.-serie over Britse veteranen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Als korporaal Jones plotseling in actie moest komen liep hij hysterisch in de rondte, ondertussen op hoge toon ‘don’t panic, don’t panic’ schreeuwend.

Want als iedereen stil is blijven zitten, dan blijft natuurlijk de vraag hangen wie er die dag wel verkocht hebben… en alle dagen daarvoor. Als een AEX van 10 augustus tot en met 24 augustus van 500 naar 402 zakt en bijna twintig procent van zijn waarde verliest, dan moeten er toch meer verkopers dan kopers actief zijn geweest, op zijn minst qua volume.

Aanstichters

Ofwel de marketingafdelingen van de betreffende vermogensbeheerders draaiden op volle toeren, of het waren de mysterieuze ‘high frequency traders’, partijen met oneindig grote zakken die met computergestuurde verkoopprogramma’s onze AEX de afgrond in duwden. Tegen deze grote jongens zijn een paar koopgrage particuliere beleggers niet opgewassen en dan kunnen we hen de schuld geven.

Terwijl beurzen (en misschien toch enkele particuliere beleggers) hun wonden likken, zijn we op zoek naar de aanstichters. Nadat we ons zes maanden lang hebben laten gijzelen door een paar Grieken zijn het nu 1,3 miljard Chinezen die ons komen pesten. De olieprijs schiet zo snel heen en weer dat elke verklaring voor de stijging of daling op het moment van publicatie alweer achterhaald is. Technisch analisten zoeken na alle gebroken weerstandlijnen nieuwe steun.

Positieve verhalen

Vanuit verschillende hoeken uit Nederland bereiken ons weer positieve verhalen. Economisch zijn er eindelijk betere tijden aangebroken. We schudden alle negativiteit van ons af, we durven weer geld uit te geven, de werkeloosheid daalt en uitzendbureaus draaien op volle toeren.

In de V.S. is het niet anders. Volgens de aandelenstrateeg David Kostin van de toonaangevende investeringsbank Goldman Sachs exporteren de 500 bedrijven die deel uitmaken van de S&P index voor minder dan 1% naar China. De Amerikaanse economie zal niet besmet worden door het Chinese virus en blijven groeien.

Kostin voorspelt een koersdoel van de S&P 500 van 2.100 tegen jaareinde, hetgeen een stijging met 7,8% ten opzichte van de huidige stand impliceert. Het zal alle kopers van de laatste dagen als muziek in de oren klinken. En wie zijn wij als fundamenteel ingestelde waardebeleggers om dat tegen te spreken.

Lees eerder verschenen nieuws in ons archief. Ron Boer schrijft op regelmatige basis columns over interessante zaken die spelen op de financiële markten. Wilt u een melding krijgen wanneer een nieuwe column verschijnt? Volg ons dan op LinkedIn of neem contact met ons op.

Sail krach

Uit een gisteren gehouden peiling onder DFT-lezers blijkt dat ze Shell links laten liggen. Toch moet je vier jaar terug in de tijd om voor 11.000 euro 500 aandelen Shell te kunnen kopen. Het dividendrendement ligt ruim boven de 7%. Shell is geen aandeel, Shell is een obligatie.

Bestuursvoorzitter Van Beurden heeft na de overname van BG Group (in april) gezegd dat hij er alles aan zal doen om het komende jaar het dividend te handhaven op $ 0,47 per kwartaal. Dan zitten we bijna weer in 2017.

Twijfels over de handhaving van dat dividend zijn terecht bij de huidige olieprijs, maar wie mij nu al kan vertellen wat de prijs van een vat olie in 2017 zal zijn, mag bij ons in dienst treden. Grote sommen geld zullen hem of haar ten deel vallen.

Sail krach

Omdat ik niet alleen aan de IJ-haven werk maar er ook woon, had ik het voorrecht om Sail Amsterdam vijf dagen lang vanaf mijn balkon te mogen beleven. Toen ik vorige week dinsdag vertrok, stond de AEX op 479. Gisteren was ik weer op kantoor en zagen we in alle paniek een laagste stand van 402. Even stond de Amsterdamse beursgraadmeter op een verlies van 9%, de ‘Sail krach’ was geboren.

Een Robeco medewerker gaf als onbedoeld komisch commentaar dat beleggers niet in paniek moeten raken. Hoe je de golf aan verkopen op maandag dan moet noemen, weet ik niet.

Oorzaak

Toch heb ik wel een idee waar we de oorzaak moeten zoeken. Niet in China. China was de aanleiding, het laatste duwtje dat de sneeuwbal aan het rollen bracht. De forse daling werden in mijn optiek versterkt door computergestuurde verkopen. Doordat het nieuwe credo van de laatste jaren ‘indexbeleggen’ heet, zijn individuele aandelen uit de gratie.

In maart uitte ik mijn zorgen over de terugkeer van de kleine belegger op de beurs, precies diegene die geen aandelen maar obligaties zou moeten bezitten. ‘Het zijn slimme mensen met spaargeld die een domme beslissing nemen om uit nood toch maar een gokje op de beurs te wagen’, schreef ik toen. Helaas willen beleggers liever lekker eten dan goed slapen, naar nu blijkt met alle risico’s van dien.

Wat nu?

Dit komt natuurlijk nooit meer goed, de motor van de moeder aller economieën China sputtert en die zorgt ervoor dat ook de rest van de wereldeconomie tot stilstand komt. De olieprijs gaat naar dertig dollar voor een vat, de rente blijft laag en bedrijfswinsten zullen dalen. Conclusie: in aandelen heb je voorlopig niets meer te zoeken.

Krenten in de pap

De contraire belegger kan al het bovenstaande negeren op het verhaal over Shell na.

Natuurlijk zijn er altijd uitzonderingen te vinden, bedrijven die ook in mindere tijden weten te overleven en die je nu tegen veel lagere koersen kunt aanschaffen.

Zoals de hamburgerliefhebber Buffett al riep dat hij het hallelujah aanheft als de hamburgers in prijs dalen, zo kijkt hij tevreden naar dalende koersen om aandelen niet per stuk maar per kilo te kunnen kopen.

Wij zijn zulke beleggers. Onze data-cruncher Willem Okkerse vertelt ons welke bedrijven OK zijn en dus altijd weer komen bovendrijven. Dat zijn de krenten uit de pap en die krenten kopen wij. Want ik wil het hier wel kwijt: wij vinden pap niet zo lekker.

Lees eerder verschenen nieuws in ons archief. Ron Boer schrijft op regelmatige basis columns over interessante zaken die spelen op de financiële markten. Wilt u een melding krijgen wanneer een nieuwe column verschijnt? Volg ons dan op LinkedIn of neem contact met ons op.

Grondstoffen op cyclisch dieptepunt

Grondstoffen zijn waarschijnlijk de minst geliefde beleggingscategorie op de beurs. Volgens sommigen is dat onterecht, dus misschien is het tijd om maar eens in te stappen.

In het hoofdartikel van deze week kopte het Amerikaanse beleggersblad Barron’s dat het tijd is om grondstoffen te kopen. De veel gevolgde vermogensbeheerder Jeremy Grantham van GMO ging in zijn kwartaalbericht het blad al voor.

Behalve dat Grantham de beurs in het najaar van 2016 rijp acht voor een grote correctie is hij ook van mening dat de dalende trend van grondstoffen zich op het dieptepunt van de cyclus bevindt. Om dat te illustreren ziet u hieronder de grafiek over de afgelopen tien jaar van een breed samengestelde grondstoffenindex van Deutsche Bank.

db_commodity_498x445

Olie staat 25% lager dan eind juni en is de afgelopen twaalf maanden 55% gedaald. Goud ligt 43% onder zijn piek van 2011. Zilver, koper, ijzererts en aardgas bevinden zich in een ‘bear market’, waarbij Dr. Copper (koper wordt zo genoemd vanwege zijn voorspellende waarde voor de stand van de economie) een zesjaars dieptepunt noteert en 70% onder het hoogtepunt van 2011 staat.

grondstoffen_bear_market_652x225

Correctie compleet

Vooral na de recente koersval op de Chinese beurzen is de correctie op de grondstoffen min of meer compleet. Projecten liggen in de mottenballen en investeringsplannen worden op de lange baan geschoven. Ook de vooruitzichten van analisten en mensen uit de sector zelf zijn somber.

Zo voorziet de Shell-voorzitter Van Beurden ‘een wereld waarin de olieprijzen voor enige jaren laag kunnen blijven’. Zou kunnen. Punt is wel dat de oliesector net zo hard schrok toen de prijs van een vat van $100 naar $50 daalde. Kennelijk heeft men dat ook niet zien aankomen.

Hoe dan ook, somberheid is een voorwaarde voor verandering. De Wall Street Journal kopte nog op 21 juli: ‘Beleggers vluchten uit grondstoffen.’ Dit neigt naar capitulatie, beleggers gooien de handdoek in de ring, vaak een voorteken van bodemvorming.

Rigoureus

Het positieve scenario is dat de grootmachten van de olie-industrie – bedrijven zoals Exxon, Chevron, Shell en BP – zwaar hebben geïnvesteerd in projecten met een lange levensduur, tot soms wel twintig jaar aan toe. Deze projecten mogen dan nu nauwelijks rendabel zijn, als de prijs vroeg of laat weer stijgt zal de investering zich zeker uitbetalen.

Sommigen bedrijven gaan wel erg rigoureus te werk. Een bijzonder geval is de Amerikaanse oliemaatschappij Apache. In verband met de gedaalde olieprijs neemt Apache in het eerste halfjaar een extra afschrijving van 13 miljard dollar (huidige beurswaarde $19 miljard). Daardoor lijkt de voorraad in zijn geheel te zijn afgeschreven, dus aan elke druppel olie in de grond wordt geen enkele waarde meer toegekend. Opmerkelijk. Nu staan er verder alleen maar cash en debiteuren op de balans. Ondanks deze woeste maatregel geeft de balans hierna nog een eigen vermogenspositie aan van 47%.

Dividendrendement

De daling van de koersen van oliemaatschappijen leiden tot aantrekkelijke rendementen op basis van het dividend, bij sommige tot niveaus die we in lange tijd niet meer gezien hebben. ExxonMobile rendeert 3,7%, Chevron 5%, Royal Dutch Shell 6,4% en BP 6,7%. Het dividendrendement op de S&P 500 is slechts 2%.

Daar past vanzelf de kanttekening bij dat de dividenduitkeringen geen stand kunnen houden als de prijs van een vat olie langdurig op het huidige niveau blijft. In diverse kritische rapporten door analisten en in de pers wordt dit risico terecht onderkend.

Van energie tot aan het goud liggen de prijzen op het laagste punt van de cyclus, net als de aandelen. Er zijn legio mogelijkheden om in grondstoffen te investeren. Er staan voldoende trackers en ETF’s uit om te profiteren van een herstel, zowel sectorbreed of van individuele grondstoffen. En zoals gezegd vind je te kust en te keur aandelen die in dit veld actief zijn. Dus misschien is het tijd om eens een teen in het water – of de olie – te steken.

Lees eerder verschenen nieuws in ons archief. Ron Boer schrijft op regelmatige basis columns over interessante zaken die spelen op de financiële markten. Wilt u een melding krijgen wanneer een nieuwe column verschijnt? Volg ons dan op LinkedIn of neem contact met ons op.

Obligaties Abengoa op de pijnbank

Deze week stuitte ik op de obligatiesite Oblis op een bericht over het Spaanse technologiebedrijf Abengoa. Abengoa is een oude bekende van ons, omdat we dit bedrijf in 2010 al eens onder de loep hebben genomen.

Toen hebben we na een afwijzing door Willem Okkerse (onze data-analist) geen positie genomen, omdat de gevaren te groot bleken. Zijn conclusies waren destijds (2010) overduidelijk.

Gevoel uitgeschakeld

Het systeem van Okkerse maakt op een wetenschappelijke en wiskundige wijze een risicobeoordeling van een onderneming zonder dat daaraan verdere menselijke overwegingen ten grondslag liggen. Dat is belangrijk, want hiermee wordt het ‘gevoel’ uitgeschakeld, een factor die vaak de aanstichter van veel financiële ellende blijkt.

Uitsluitend de cijfers uit de balansen en de winst- en verliesrekeningen van de laatste vijf tot zeven jaar zijn maatgevend. Dat zorgt voor een objectief oordeel en daarmee onderscheidt het OK-Score Institute van Okkerse zich van de grote kredietbeoordelaars die ‘opiniërend’ te werk gaan.

Oordeel Abengoa

Hier volgt de samenvatting van zijn bevindingen in 2010.

“De OK-Score identificeert het volgende: de onderneming heeft in feite de afgelopen vier jaar in plaats van winst gemaakt verlies geleden. Slechts door eigen werk te activeren kon iets positief onder de streep blijven.

Dit betekent dat achtereenvolgens over de laatste vier jaar de winst- en verliesrekening is opgeleukt met 167, 270, 215 en 437 miljoen euro. Totaal ca. 1,1 miljard. Samengevat: de kernactiviteiten van de onderneming leveren geen winst op.

De OK-Scores van de onderneming komen uit op OK Klasse 9 in 2006, en daarna tot en met 2009 met een OK-Klasse 10! (Toelichting: Een OK-Klasse 10 betekent een mogelijk faillissement als niet wordt ingegrepen, RB).

Het risico is aanzienlijk met een OK-Score 10, ook al wordt de schuld “gegarandeerd” door de onderliggende werkmaatschappijen. Aangezien die op hun beurt weer eigendom zijn van de moeder stelt dit verder niet veel voor. Het is ons dan ook volstrekt onduidelijk waarop een S&P en Moodys hun BBB en Baa1 rating baseren.”

Het nieuwe Enron of Parmalat

Okkerse durft zelfs nog een stapje verder te gaan door Abengoa als één groot zwart gat te beschouwen waar mogelijkerwijs zelfs praktijken á la Enron of Parmalat aan de gang zijn. Enron en Parmalat gingen begin deze eeuw allebei op de fles nadat bleek dat ze hun winsten schromelijk hadden overdreven met boekhoudkundige trucs. Het Enron-schandaal trok daarbij het gerenommeerde accountantskantoor Arthur Andersen mee in zijn val.

Een afwijzing door Okkerse hoeft nog niet te betekenen dat bedrijven voor eeuwig in het verdoemhok blijven zitten. Een OK-Score 9 of 10 is overduidelijk in haar oordeel: zorgwekkende zekerheid, substantiële verbeteringen zijn direct nodig. Expansie met vreemd vermogen (schulden) niet meer mogelijk. Voorportaal van een mogelijk faillissement, dus het bedrijf kan op de fles gaan als er niet wordt ingegrepen.

Zo’n ingreep kan divers zijn. Dat kan bijvoorbeeld door een reorganisatie, het afstoten van bedrijfsonderdelen, goedkopere bankfinanciering of de uitgifte van aandelen, allemaal zaken die de kredietwaardigheid van de onderneming ten goede kunnen komen en die het voor de obligatiehouder aantrekkelijker maakt om het schuldpapier te bezitten.

Abengoa anno 2015

We zijn nu vijf jaar verder. Ons geduld is op de proef gesteld en wat blijkt als we het bericht van Oblis lezen?

“Maandag gingen de koersen van de obligaties van de Spaanse energiegroep Abengoa stevig onderuit en dit ondanks het bericht dat het bedrijf nieuwe aandelen wil uitgeven om de schulden in versneld tempo af te lossen.

Bedoeling van het management is om het kapitaal met 650 miljoen euro op te trekken. Van die 650 miljoen euro van de kapitaalverhoging is 300 miljoen euro gereserveerd om de bedrijfsschulden terug te betalen.

De obligatie met een looptijd tot 2020 en een coupon van 7% noteerde meteen na de aankondiging van de kapitaalverhoging aan 69,40%. Afgelopen vrijdag bedroeg de koers nog 77,20%. Op basis van de koers van maandag bedroeg het rendement op deze obligatie 17%.”

Rendement en risico

Dus toch de kapitaalverhoging van 650 mln door de uitgifte van nieuwe aandelen om het eigen vermogen te versterken en 300 mln schuld terug te betalen. De vraag is of dat genoeg is. Voor wie durft ligt er op een koers van 69,40% een rendement van 17% te wachten.

Dit rendement is sinds maandag verder opgelopen, want de obligaties zijn sindsdien nog eens acht punten verder gezakt naar 61,25%, waardoor u meer dan 20% rendement maakt. Het risico is in elk geval een stukje kleiner geworden doordat u geen 100% maar 61,25% kunt verliezen.

Lees eerder verschenen nieuws in ons archief. Ron Boer schrijft op regelmatige basis columns over interessante zaken die spelen op de financiële markten. Wilt u een melding krijgen wanneer een nieuwe column verschijnt? Volg ons dan op LinkedIn of neem contact met ons op.