Vraagtekens na recordregen

Tesla blijft slecht scoren

Periode van lage rente intact

Bedrijfsleven kerngezond

Zijn bedrijven OK of niet?

Hoop op de toekomst

Het is de luxe van de weelde, want het gaat te goed in Nederland. De Nederlandsche Bank verwacht dat de economie blijft groeien, maar op een lager pitje. Dat wordt voornamelijk veroorzaakt door personeelstekort.

Voeg daar de gebruikelijke bedreigingen aan toe zoals mogelijke chaos omtrent de Brexit, persoonlijke schandalen bij Huawei en het twitterende windvaantje Trump, en dan hebben we de gebruikelijke daders te pakken waarom het nog wel even onrustig zal blijven.

AEX
Want dat er de laatste weken flink aan de boom geschud, is wel duidelijk. De Amsterdamse beursgraadmeter AEX is inmiddels door de ‘psychologisch belangrijke steun’ van 500 punten gezakt en staat op een minrendement van -8,8%. Ook wij houden de broek dit jaar niet droog, maar ons aandelenfonds zit met een min van ongeveer vijf procent iets boven dat van de AEX.

Toch liggen we niet wakker van deze cijfers. Sinds het dieptepunt van 2009, toen de S&P index 666 noteerde (nu 2.550) zijn beurzen wel vaker gedaald. Alleen zijn we die momenten vergeten, omdat de stijging van 280% in de afgelopen tien jaar ons bevestigt dat beurzen maar één kant op kunnen: omhoog.

Stalen zenuwen
Ondertussen is er een nieuwe generatie beleggers aangetreden die voor het eerst te maken krijgt met het fenomeen dat beurzen kunnen dalen. Het zijn met name deze nieuwkomers die slappe knietjes krijgen. Maar er is hoop. Uit een recent rapport van een Britse vermogensbeheerder komt het beeld naar voren dat Nederlandse beleggers over stalen zenuwen blijken te beschikken. 43% van de ondervraagden raakt niet in paniek van een beursdaling en blijft rustig zitten. Dan kan ik alleen maar concluderen dat de paniek dan bij de overige 57% moet zijn toegeslagen, want om lagere koersen te krijgen moeten er meer verkopers dan kopers zijn.

Een veelgehoorde tip is dat je van de daling gebruik moet maken door bij te kopen. Heb je voldoende vertrouwen om je posities op deze lagere niveaus te vergroten? Zo ja, koop dan bij. Nu is vertrouwen één ding, geld een ander. Waar mensen maar steeds het geld vandaan moeten halen om bij te kopen, zal de adviseur een zorg zijn.

Rendement
Welk rendement valt er voor aandelen te verwachten? Zes procent? Acht procent? Tien procent? Het antwoord is dat we geen flauw idee hebben. We laten ons leiden door historische rendementen die stellen dat aandelen de afgelopen honderd jaar gemiddeld zo’n acht procent per jaar hebben opgeleverd. Helaas zegt dat cijfer niets over de toekomst, ook al verschijnen tegen jaareinde weer tientallen lijstjes met welke kans er is op hoeveel rendement in welke categorie.

Konijn
Er zullen veel beleggers zijn die dit jaar met verlies zitten. Zoals 43% uit de enquête al aangeeft, volgt deze groep het devies dat je stil moet zitten als je geschoren wordt. Dus blijven ze net zolang wachten totdat hun portefeuille weer op de beginstand is teruggekeerd.

Er is echter geen wet die dat voorschrijft. In plaats van als een konijn in de koplamp van een auto te turen kun je je afvragen of je met andere posities het opgelopen verlies niet sneller inloopt. Zelfs grootmeester Buffett raadt aan om dit advies ter harte te nemen.

De komende tijd is dan precies het goede moment om uw posities eens kritisch tegen het licht te houden, dood hout te kappen en nieuwe bomen ervoor in de plaats te zetten.

Negatief nieuws wijst op uitbodeming

We weten wie de schuld krijgt. Twee toeleveranciers uit de techsector maakten bekend dat ‘een grote klant’ minder producten afneemt dan verwacht. Die klant kon alleen maar Apple zijn, zo redeneerde de markt. Het gevolg was een uitverkoop in het aandeel.

Dat niet alleen. De hele sector kreeg het te verduren, volgens de kenners omdat de markt voor technologieproducten tekenen van verzadiging begint te vertonen. Het is niet al te ingewikkeld om te verzinnen dat er een natuurlijke rem zit op het koopgedrag van consumenten.

Van de andere kant is er deze week, het tijdsgewrichtje waarin Black Friday zich bevindt, niet aan het reclamebombardement van koopjes te ontkomen. Mochten de eerste verkoopcijfers in de VS echter tegenvallen, dan zal dat de negatieve stemming alleen maar verder beïnvloeden.

Een andere, minder gehoorde, verklaring voor de daling van de technologie-aandelen is het feit dat de grote namen oververtegenwoordigd zijn in talloze indices en ETF’s. Aangezien er bij ongeveer tweederde van alle beurstransacties geen mensenhand meer aan te pas komt, treedt er bij deze computergestuurde handel een zelfversterkend effect op, te vergelijken met de crash van 1987, waarin de ene golf verkopen zorgde voor een nieuwe, nog grotere.

Financieel koufront
De belegger die denkt rationeel te kunnen verklaren waarom markten te duur zijn, kan zich laven aan het Italiaanse begrotingstekort, stijgende rentes in de VS, dalende olieprijzen en een waterval aan negatieve berichten uit de financiële pers. Wat enkele maanden geleden nog geen enkele reden tot zorg was, blijkt nu de voorbode van een lang financieel koufront. De eerste voorspeller van dat cash de beste belegging van 2019 zal zijn, is al gesignaleerd.

Wij zoeken de verklaring voor een deel in het menselijk brein. Het gedrag van beleggers is de laatste paar honderd jaar niet veranderd – kijk naar gang, terug naar de aarde, die de virtuele tulpenbol, bitcoin geheten, de laatste weken doormaakt. Angst is een sterkere emotie dan hebzucht, reden waarom dalingen altijd veel sneller en heftiger verlopen dan stijgingen.

Neem je wat verder afstand van die emoties, dan zien we dat de economische groei weliswaar terugloopt, maar dat die voor de EU in 2019 nog steeds op +1,5% wordt geschat. Dat is redelijk als we dat optellen bij de forse stijging van de afgelopen jaren. Voeg daarbij dat – mede door de dalende olieprijs – er geen serieuze inflatie op de loer ligt en dan maken wij ons niet op voor een zware recessie. Voor wat betreft de beurs krijgen we hier intern de laatste dagen voldoende signalen die wijzen op een uitbodemende markt.

Hedgefonds
Het is niet de bedoeling om de hele sector publiekelijk aan de schandpaal te nagelen, maar onder de hedgefondsen bevinden zich rijpe en groene appelen. Een manager die zich tot de laatste categorie mag rekenen, is James Montier. In een videoboodschap richt hij zich tot zijn gedupeerde investeerders, waarin hij meldt dat het fondsvermogen van $ 150 mln in een klap is verdampt. Weg. Wrang genoeg is een opgezette constructie tussen de olie- en gasprijs hem en zijn klanten fataal geworden; wrang, omdat hij nota bene co-auteur is van een boek dat dit soort strategieën behandelt.

Het gevaar van een hedgefonds ligt erin dat de manager onverantwoorde risico’s gaat nemen. Door de in de sector gebruikelijke feestructuur van ‘2 plus 20’ (twee procent vaste fee plus twintig procent prestatievergoeding) is het lonend om groot in te zetten op één enkele strategie.

Dat wil zeggen: lonend voor de manager. Een simpel voorbeeld. Stel dat hij erin slaagt om 100 mln op te halen om dat vervolgens met een flinke hefboom (lees: opties) naar 150 mln te tillen, dan steekt hij 2 plus 10 is totaal 12 mln aan vergoedingen in zijn zak. Mislukt de zaak, dan zijn de beleggers hun inleg kwijt en verliest de manager alleen zijn reputatie.

Het is dan zaak met een zielig verhaal te komen van ‘een kans van 1 op de 1.000 dat dit fout kon gaan’ en ‘ja, dit gaat ons natuurlijk geen tweede keer overkomen’. Waarop de gedupeerden ‘om hun verlies goed te maken’ een nieuwe storting doen in zijn hedgefonds met als volgnummer 2 en het hele spel van voren af aan begint. Net als bij de bitcoin geldt hier het advies: kijk goed waaraan je begint.

Hoogrenderende obligaties
Nou we toch in een vrolijke stemming verkeren, als toetje het opbeurende verhaal over beleggers die van gekkigheid niet wisten wat ze met hun waardeloze spaargeld aan moesten. Ze werden aan de keukentafel verleid om te participeren in hoogrenderende obligaties, dus met een rendementje van een procent of zeven, acht.

Hiervoor moest alleen belegd worden in innovatieve producten als landbouwgrond, nieuwe energie of live entertainment, onontgonnen terrein voor de meeste deelnemers, maar dan waren de rendementen er ook naar… en de glimmende brochures zagen er trouwens beeldschoon uit. Als klap op de vuurpijl werd het verhaal nog eens verteld door een heel gladde jongeman met een keurig kapsel en een mooi pak. Als in een sprookje, zeg maar.

Voor alle potentiële slachtoffers en gedupeerden (die laatsten om herhaling te voorkomen) is er een advies. Lees het standaardwerk van Robert Cialdini ‘Influence. The psychology of persuasion’ (vertaald in het Nederlands). In dit boek worden alle verleidingstechnieken opgesomd en kunt u na lezing gewapend tegenstand bieden aan de verlokkingen van het voorgespiegelde gewin.

Ik kom vreemd genoeg nooit mensen tegen die de dupe zijn geworden van dit soort gladde praatjesverkopers, maar uit de verloren miljoenen blijkt dat u in goed gezelschap bent als u dat wel zou hebben gedaan. Wij stellen ons als professionals altijd de vraag of we er zelf geld in zouden willen steken. Als het antwoord ‘nee’ is, dan is dat reden genoeg om de folder bij het oud papier te gooien, waar die hoort.

Groene energie geen serieus alternatief voor fossiel

Het kan haast geen toeval zijn dat VVD voorman Klaas Dijkhoff, Lubach op Zondag en FD columnist Mathijs Bouman een pleidooi houden voor kernenergie. Zet mij maar in het rijtje.

Ik was al geen al te grote pleitbezorger van de miljarden verslindende en zwaar gesubsidieerde investeringen in alternatieve energiebronnen. En dat terwijl ik principieel een voorstander ben van onderzoek naar duurzame alternatieven voor fossiele brandstoffen. Daarentegen ben ik sceptisch over de snelheid waarmee sommigen denken dat de transitie van fossiele naar groene energiebronnen zal plaatsvinden.

Toekomstmuziek
Volgens de optimisten zijn we over een jaar of tien á vijftien volledig af van klimaatvervuilende energiebronnen als steenkool, bruinkool, olie en gas. Hoe graag ik het hun zou gunnen, het tegendeel is waar. Ondanks het nobele streven van landen en sommige staten in de VS om hun volledige elektriciteitsbehoefte uit wind en zonne-energie te willen halen, zal dit nog lang toekomstmuziek blijken.

Het probleem zit ‘m in de continuïteit van de leveringen. Wind en zon zijn geen regelmatige leveranciers van energie. De stroomopwekking uit wind kan uiteenlopen van zeer hoog tot bijna nul, waarbij het stroomnet bij voldoende wind tijdens de daluren te maken krijgt met overcapaciteit. Zonne-energie bestaat bij de gratie van een zon die hoog aan de hemel staat en waarbij dikke wolken of een pak sneeuw de opwekking kunnen belemmeren.

Zodoende gaan elektriciteitsmaatschappijen er veiligheidshalve van uit dat het aandeel van alternatieve energiebronnen ongeveer tien procent van het nominale vermogen bedraagt. Door dit niet-stationaire karakter van wind en zon zal het overgrote deel van onze energieopwekking uit klassieke grondstoffen blijven komen.

Voorstanders van groene energie zijn zich bewust van dit haperende model. De oplossing ligt in betere batterijen waarin de stroom tijdens piekuren kan worden opgeslagen. De huidige grote industriële batterijen kunnen echter maar tussen de twee tot tien uur energie opslaan. Daarbij treedt het seizoenseffect op dat de energieleverantie in de zomer veel hoger ligt dan in de winter. Helaas moeten batterijen die hun energie van de zomer kunnen vasthouden tot in de winter nog uitgevonden worden.

Dure aanvulling
Ondertussen stijgt onze energierekening omdat we moeten bijdragen aan de subsidiering van groene stroom. De Nederlandse overheid trekt jaarlijks 12 miljard euro uit aan subsidies om de opwekking van energie uit duurzame bronnen, zoals wind, zon, biomassa, geothermie en water te versnellen.

Een deel van die subsidie wordt doorbelast middels een extra heffing op onze energierekening. Het vormt een dure aanvulling op de dagelijkse energieopwekking die nodig is om de Nederlandse huishoudens en industrieën van stroom en warmte te voorzien. De roep om meer geld in alternatieve energiebronnen te steken, zal deze rekening alleen maar laten oplopen, mede omdat de politiek zich, in plaats van kille rekenmeesters, meer dan gevoelig toont voor de lobby van milieuactivisten.

Vandaar dat ik ervoor pleit om de negatieve deken die over kernenergie hangt maar eens weg te halen en te denken aan de bouw van nieuwe kerncentrales, net als Bouman propageert. Blijf in de tussentijd investeren in onderzoek naar betere batterijen, betere zonnecellen en effectievere windmolens.

Voor ons zijn beleggingen in deze nieuwe, vaak als veelbelovend aangemerkte, bedrijven voorlopig geen alternatief voor de gevestigde ondernemingen uit de energiesector. Het wachten is op een echte innovatie.

IN MEMORIAM: Willem Okkerse (1946-2018)

Op vrijdag 12 oktober 2018 is Willem Okkerse overleden, zeven maanden nadat een ernstige ziekte zich openbaarde. In maart onderging hij een zware operatie, waarvan hij wonderwel herstelde, maar na de zomer verslechterde zich zijn toestand, totdat het niet meer ging. Vrijdag 19 oktober hebben we Willem naar zijn laatste rustplaats gebracht. Hij werd 72 jaar.

Het is moeilijk om in de voetsporen te treden van een man met zijn intelligentie en ervaring. Willem was een briljant denker, een wetenschapper die zijn kennis en inzichten omzette in praktische toepassingen voor het bedrijfsleven.

Het leven van Willem stond de laatste vijfentwintig jaar in het teken van de ontwikkeling, verspreiding en marketing van zijn uitvinding: de OK-Score. Als hij eenmaal over zijn score begon, was er geen houden meer aan. Willem was de uitvinder van de OK-Score, ademde de OK-Score en leefde de OK-Score.

Het is ook deze uitvinding die mede bepalend is geweest voor het succes van Het Effectenhuis. In eerste instantie bij het advies en beheer van de portefeuilles, later bij de selectie van aandelen en obligaties voor onze beleggingsfondsen.

Het gebruik van de OK-Score heeft onze klanten de afgelopen jaren behoed voor talrijke vermogensverliezen. Puur omdat het unieke voordeel van de OK-Score is dat deze soms al drie jaar, maar meestal al twee jaar van te voren een waarschuwing afgeeft. Daardoor hebben we tijdig maatregelen kunnen nemen.

Opvolging
Willem wilde niet dat zijn geheim – het algoritme waar de OK-Score op gebouwd is – in verkeerde handen terecht zou komen en de OK-Score misbruikt zou worden. Dat vervulde hem met argwaan. Daarom weigerde hij steevast om derden inzicht te geven in zijn model.

De vraag over zijn opvolging werd tijdens zijn leven al regelmatig gesteld. Zelf wilden Willem en zijn vrouw Gerry niets liever dan dat zijn werk voortgezet zou worden. Om die reden heeft Willem een intensieve training aan Ron gegeven, waarmee de uitgifte van nieuwe en gereviseerde OK-Scores is gewaarborgd. Zo blijft het voornaamste instrument achter het succes van de beleggingsfondsen onverminderd beschikbaar.

Behalve Ron zal Willems zoon Marc zich verder in de OK-Score gaan verdiepen, niet alleen om potentiële beleggingen te screenen, maar ook om nieuwe toepassingen in het gebruik van de OK-Score te onderzoeken.

Missie
Jeroen Siebelink mocht in 2017 Willems levensverhaal opschrijven in het boek ‘Beleggen met voorkennis. Het geheim van de OK-Score.’ Volgens Jeroen was het een verhaal over obsessie, tegenwerking en toch weer doorgaan.

Dat is wat we zullen doen, doorgaan met zijn levenswerk en missie: de verspreiding en marketing van de OK-Score. Dat kan door de samenwerking tussen de familie en Het Effectenhuis te continueren. Dat wederzijdse commitment is het mooiste eerbetoon dat we aan Willem kunnen geven.

Heel af en toe kom je een mens tegen die van blijvende betekenis is voor je leven. Willem was voor ons zo’n mens.

Wij zullen zijn inspirerende persoonlijkheid missen.

Ron en Wander

 

Gevaarlijke maanden om in te beleggen

Vraag een paar economen naar de reden waarom Europa achterblijft bij de VS en ze mompelen woorden als belastingmaatregelen, vertrouwen, handelsoorlog, Italië en Turkije, kortom een grabbelton aan keuzes waar de belegger naar hartenlust uit kan pikken wat hem of haar het beste uitkomt. Dan zijn potentiële brandhaarden als Argentinië en Brazilië – zaken waar ik me wel echt zorgen over zou maken – niet eens genoemd.

“September is een bijzonder gevaarlijke maand om in aandelen te beleggen”, is een bekende quote van Mark Twain. “De overige maanden waarin je moet uitkijken zijn juli, januari, oktober, april, november, mei, maart, juni, december, augustus en februari.”

De vermaarde Financial Times columniste Jillian Tett is nu al voor het zoveelste jaar bezig om tijdens haar traditionele herfstoffensief te vertellen welke waarschuwingssignalen we nu goed in gaten dienen te houden, want verdikkeme, een nieuwe crisis moet er na tien jaar van rentedalingen en koersstijgingen toch een keer van komen. Het gevaar komt dit keer uit China, concludeert Tett, maar gelukkig het kan nog een paar jaar duren voordat alle ellende zich over de wereld verspreidt.

Ondanks deze doemverhalen herhalen we hier nog maar eens dat de rente nog jarenlang laag zal blijven. Het is moeilijk om een lege zak rechtop te laten staan. Toch slagen de Centrale Bankiers er al jaren op miraculeuze wijze in om dat wel te doen. Ze hebben geen keus. De gigantische schuldenberg verdraagt geen hoge rente. Van de recente stijging van de lange rente met enkele tienden van een procent liggen we niet wakker.

Piramidespel
Temidden van al deze grote kwesties dook er een kleine op, namelijk een verhaal dat ik hoorde bij de kapper. Kappers knippen niet alleen onze haren, maar ze zijn ook de ogen en oren van de samenleving, want we vertrouwen ze zaken toe die normaal nooit het privédomein verlaten, gewoonweg omdat ze aan ons hoofd zitten.

Een van zijn klanten bleek het brein achter een piramidespel waar argeloze investeerders vijf miljoen euro hadden ingelegd. Onder de gedupeerden zaten Bekende Nederlanders uit zijn klantenbestand. Het geld bleek inmiddels zoek en was onder meer opgegaan aan luxe reisjes naar Ibiza met een privéjet als transportmiddel. Hoe bestond het, vroeg mijn kapper zich af, dat deze mensen hun geld aan deze persoon toevertrouwden?

Driften
Het antwoord op deze vraag moet gezocht worden in een mix van menselijke driften als ‘social proof’ en hebzucht. Verder speelt mee dat mensen slecht kunnen rekenen, vooral als het om procenten gaat. Toen ik de kapper vertelde dat zijn BN-ers het geld beter in ons aandelenfonds hadden kunnen steken en dat ze dan dit jaar meer dan zes procent rendement hadden gemaakt, slaagde hij er maar met moeite in om dat percentage in geld om te rekenen.

Het sociale aspect is de voornaamste valkuil waar mensen intrappen door zonder nadenken geld aan een vreemd persoon toe te vertrouwen. De eerste investeerders worden met gladde praatjes – ‘hoge rendementen tegen een laag risico’ – verleid om deel te nemen. Er wordt echter niet belegd, maar door als ‘bewijs’ het voorgespiegelde rendement uit te keren, krijgt niemand argwaan. De kapper had gehoord dat iemand die 50.000 euro had ingelegd al binnen enkele maanden twee keer een ‘uitkering’ van 4.000 euro had ontvangen. Dat wekt vertrouwen.

Val
Winsten als deze hebben vele vaders, zoals het spreekwoord luidt, waardoor de ontvanger zijn succesverhaal gaat rondbazuinen. Op die manier komt het in zijn sociale circuit terecht, waarna nieuwe investeerders toestromen, bang om wat te missen. Immers, als iedereen het doet, zal het wel goed zijn. Zolang er nieuw geld in het fonds vloeit om zogenaamde winsten aan de zittende deelnemers uit te betalen, blijft het systeem in werking, totdat blijkt dat de keizer geen kleren aanheeft.

Mijn twee simpele adviezen aan de kapper: als het te mooi klinkt om waar te zijn, is het dat waarschijnlijk ook. En als iemand je buitensporige rendementen belooft, waarom heeft hij jou daarbij nodig? Zo iemand gaat naar de bank, leent geld op basis van zijn eigen fantastische propositie, maakt het beloofde rendement en na een paar jaar is hij hopeloos miljonair, zonder ooit bij anderen om geld te hebben hoeven bedelen. Hoe mooi kan het zijn?

Het verhaal heeft nog een positief staartje. Zelfs de kapper wilde op een gegeven moment geld in het fonds steken, maar kennelijk speelde toen het geweten van zijn klant op. Hij weigerde namelijk en voorkwam daarmee dat hij zijn kapper in zijn val meesleurde.